Wat voor regeringsvorm hebben we eigenlijk in Amerika? Die vraag stellen steeds meer wetenschappers zich. Niet langer liberale democratie, zo stellen zij, maar iets anders: 'competitief autoritarisme'. NPR beschrijft het fenomeen als een systeem waar verkiezingen nog wel plaatsvinden en oppositie nog mag stemmen — maar waar de regering tegelijk macht concentreert en spelregels systematisch verschuift in haar voordeel.
De term is niet nieuw. Onderzoekers gebruiken hem al jaren voor landen als Rusland, Venezuela en Hongarije. Maar nu wordt de vraag dus ook over Amerika gesteld. Het gaat om praktijken als het ondergraven van rechtsstaat-instituties, het inperken van mediavrijheid en mediacritiek, het manipuleren van verkiezingswetten en het gebruiken van het gerechtelijk apparaat tegen politieke tegenstanders.
Het concept 'competitief autoritarisme' beschrijft precies die grijze zone: democratische vormen (verkiezingen, partijen) blijven bestaan, maar de inhoud erodeert. Tegenstanders mogen aantreden, maar grieven en rechtszaken tegen politieke rivalen nemen toe. Media kunnen nog kritiek leveren, maar voelen toenemende druk. Wat onderscheidt dit van zuivere dictatuur? De oppositie kan nog winnen — theoretisch — maar het speelveld is scheefgetrokken.
De vergelijking zet aan tot nadenken: hoe snel kan een gegroeide democratie verschuiven? En wat zegt dit over de stabiliteit van westerse stelsels? Voor Europa relevant, omdat Washington niet alleen zelf onderhevig is aan deze trends, maar ook invloed uitoefent op verbonden landen.


