De BRICS-landen — Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika — gebruiken hun bijeenkomst in India deze week om hun macht te tonen in de escalerende Iran-crisis. De vergadering van buitenlandse ministers is een voorbode op de grote BRICS-top in september in India, en het moment is niet toevallig gekozen.
Terwijl spanning rond Iran oploopt, coördineren de vijf landen hun diplomatie. BRICS geldt wereldwijd als tegengewicht tegen westerse dominantie — en in dit geval tegen mogelijke Amerikaanse of Europese militaire inmenging. India, dat dit jaar voorzitter is, probeert consensus te bereiken over een gezamenlijke boodschap. Dat is voor BRICS altijd lastig: China en Rusland hebben belangen in Iran, maar Brazilië en Zuid-Afrika willen niet in een conflict verwikkeld raken.
De achtergrond: Iran en Israël zitten in een directe confrontatie, en het Westen maakt zich zorgen over een verdere escalatie. BRICS ziet hier een kans om samen op te treden — niet uit liefde voor Iran, maar uit weerzin tegen unilateraal westerse actie. De groep roept al langer om een multi-polaire wereld waarin geen enkele regio door één macht kan worden gedomineerd.
Voor Europa en Nederland betekent dit: BRICS-coördinatie maakt diplomatie ingewikkelder. Als BRICS zich in blok tegen westerse interventie uitspreken, isoleren westerse landen zich sneller. Ook maakt het een VN-veiligheidsraad-route lastiger — China en Rusland kunnen sancties blokkeren, en nu spreken ze vooraf al af hoe ze stemmen.
De BRICS-top in september zal waarschijnlijk veel aandacht besteden aan de Iran-situatie. India probeert daarmee ook nieuwe leden aan te trekken en de groep sterker te maken. Voor Nederland en de EU geldt: een verdeelde wereld waarin BRICS als blok optreedt, maakt internationale crisismanagement veel moeilijker.




