De Amerikaanse milieuagentschap EPA staat onder nieuw leiderschap — en het gaat er behoorlijk grof aan toe. Lee Zeldin, benoemd door Donald Trump, heeft in korte tijd ingrijpende veranderingen doorgevoerd. Hij schrapte regelgeving, sloot afdelingen en ontsloeg talrijke wetenschappers die zich met milieuonderzoek bezighielden.
Trump omschrijft Zeldin openlijk als 'ons geheim wapen' — een aanwijzing dat het afbouwen van milieubeleid hoog op de agenda staat. De EPA, opgericht in 1970 om lucht-, water- en bodemvervuiling te bestrijden, krijgt nu een compleet ander gezicht. Regelgeving die bedrijven moest beperken in hun vervuiling, wordt teruggedraaid. Volgens onderzoeksjournalist Elizabeth Kolbert van The New Yorker is dit niet zomaar rommelen aan bureaucratie — het is een systematische sloop van wetenschappelijk toezicht.
De gevolgen zijn groot. Fabrieken kunnen straks gemakkelijker vervuilende stoffen uitstoten. Het beschermde wetlands-beleid wordt versoepeld. En de EPA-medewerkers die jarenlang data verzamelden over luchtkwaliteit en gezondheidsrisico's? Veel van hen zijn nu werkloos.
Voor Nederland is dit relevant om twee redenen. Ten eerste: vervuiling houdt zich niet aan grenzen. Als Amerika zijn milieustandaarden afbouwt, beïnvloedt dat uiteindelijk Europese lucht- en waterstromen. Ten tweede: veel Nederlandse bedrijven opereren in de VS en moeten zich normaal aanpassen aan EPA-regels. Minder strikte Amerikaanse normen kunnen druk opleveren op Europese leveranciers om ook 'flexibeler' te werken.
Kolbert's onderzoek in The New Yorker laat zien dat dit geen twee-jaar-fenomeen is — dit is institutionele verandering die decennia kan duren om te herstellen.




