De strijd om het hertekenen van kiesdistricten in de VS intensiveert, maar het echte slachtoffer is duidelijk: de kiezer zelf. Hoewel veel aandacht uitgaat naar welke politieke partij ervan profiteert, waarschuwen stemrecht-experts en voorvechters voor kiesrechten dat burgers flink betaald zetten.
De zogenoemde 'redistricting war' speelt zich af in staten als Louisiana, Alabama en Virginia. Dit proces — het opnieuw tekenen van kiesdistrictgrenzen — gebeurt elk decennium na de volkstelling, maar is in de praktijk uitgegroeid tot een politieke machtsspel. Partijen proberen hun achterban strategisch in bepaalde districten te concentreren, met als gevolg dat kiezers hun stem minder zwaarwegend zien wegen.
Expertise op het gebied van stemrecht wijst op een aantal concrete problemen. Ten eerste leidt gerrymandering (het manipuleren van grenzen) tot zetelzekerheid: veel kiezers wonen in districten waar de uitslag al vooraf bepaald is. Dat ondermijnt de spanning van verkiezingen en vermindert de prikkel voor politici om naar het midden op te schuiven. Ten tweede kunnen minderheidsgroepen kunstmatig verspreid of samengepakt worden, wat hun invloed verkleint. En ten derde voelen veel kiezers zich niet vertegenwoordigd omdat hun stem praktisch niet telt.
De gevolgen zijn merkbaar in de polarisering van het Amerikaanse politieke landschap. Kandidaten hoeven zich niet op matigheid te richten; ze kunnen naar de flank van hun eigen partij trekken. Dit vergroot politieke verdeeldheid en maakt compromis moeilijker.
Stemrecht-advocates pleiten daarom voor onafhankelijke commissies die kiesdistricten bepalen, los van partijpolitiek. Enkele staten hebben dit al ingevoerd, maar het blijft een uphill battle tegen zittende politici die geen belang hebben bij verandering.



