CIA-directeur John Ratcliffe is donderdag in Havana aangekomen voor een zeldzame, op hoog niveau uitgevoerde diplomatie-missie. Volgens Cubaanse en Amerikaanse ambtenaren sprak hij daar met topfunctionarissen van de eilandstaat, onder wie een familielid van Raúl Castro, de voormalige machthebber die Cuba tot 2008 regeerde.
De ontmoeting onderstreept een opmerkelijke verschuiving in de Amerikaanse aanpak jegens Cuba. Ratcliffe, een vertrouweling van president Trump, voerde het gesprek persoonlijk — een zeldzaamheid in de traditioneel gespannen relatie tussen Washington en Havana. Officiële details over de gespreksonderwerpen zijn schaars, maar bronnen suggereren dat onder meer veiligheid, migratie en mogelijke handelsonderwerpen aan de orde kwamen.
De timing is opvallend. Onder Trump's eerste termijn verscherpte Washington de embargo's tegen Cuba aanzienlijk. Deze ontmoeting suggereert dat er ruimte ontstaat voor pragmatischer overleg — al zonder dat de Amerikaanse regering officieel beleid heeft aangekondigd.
Cuba's regering lijkt ook bereidwillig: het feit dat Castro's familielid aan het gesprek deelnam, duidt op instemming van de Cubaanse leiding. Dit soort high-level contact gebeurt niet zonder groen licht van bovenaf.
De ontmoeting blijft vooralsnog onduidelijk in betekenis. Ratcliffe gaf geen toelichting aan journalisten, en beide regeringen hielden zich in behoedzame taal. Maar dat een CIA-directeur persoonlijk naar Havana reist en daar achter gesloten deuren met Castro-familie spreekt, is op zichzelf al een diplomatiek signaal.





