De CIA-directeur John Ratcliffe is donderdag in Havana aangekomen voor een topgeheim bezoek aan Cuba. Volgens zowel Amerikaanse als Cubaanse officiële bronnen ontmoette hij daar Cubaanse regering-vertegenwoordigers, onder wie Álvaro Castro Espín, de kleinzoon van voormalig leider Raúl Castro.
Het bezoek markeert een opmerkelijk moment in de Amerikaanse-Cubaanse betrekkingen, die decennialang bevroren lagen na de Cubaanse Revolutie. Hoewel de exacte onderwerpen van de gesprekken niet openbaar zijn gemaakt, duiden meerdere bronnen erop dat het gaat om hervatting van diplomatieke kanalen. Washington en Havana hebben zich de afgelopen jaren voorzichtig opgesteld na Joe Bidens toetreding, maar dit bezoek van Ratcliffe — een vertrouweling van Trump en gezaghebbend figuur in de Amerikaanse inlichtingengemeenschap — suggereert dat beide landen voorzichtig stappen zetten naar versoepeling.
De keuze om de kleinzoon van Raúl Castro aan tafel uit te nodigen is symbolisch. Castro Espín is niet alleen familielid, maar ook een invloedrijke figuur in het Cubaanse militaire-intelligentieapparaat. Dat Washington bereid is met hem te spreken, geeft aan dat beide partijen serieus willen onderhandelen op het hoogste niveau.
Het bezoek volgt op eerdere signalen dat beide landen hun handelsblokkade langzaam ontdooien — al blijven sancties grotendeels intact. Experts waarschuwen echter dat elke normalisering voorzichtig moet verlopen, gezien de complexe geschiedenis en de invloed van Cubaanse immigranten in het Amerikaanse politieke landschap.





