De Verenigde Staten hebben een financieel keerpunt bereikt. De federale staatsschuld is voorbij de 39 biljoen dollar gestegen — voor het eerst groter dan het bruto binnenlands product (bbp) van het hele land. Ter vergelijking: de totale waarde van alles wat Amerika in een jaar produceert, is nu kleiner dan wat het land schuldig is.
Dit gebeurde sneller dan veel economen verwachtten. Tien jaar geleden was die verhouding nog veel gezonder. Nu groeit de schuld als kruit — door hogere rentelasten, militaire uitgaven en sociale programma's. Het probleem: policymakers in Washington doen vrijwel niets om het tegen te gaan. Beide partijen weigeren lastig keuzes te maken.
Waarom zou een Nederlander dit moeten opmerken? Omdat Amerika niet alleen in zichzelf opbrandt. Een oncontroleerbare Amerikaanse staatsschuld duwt rentestanden wereldwijd omhoog. Als Amerika meer moet lenen, bieden beleggers obligaties alleen aan als ze meer rente krijgen. En waar gaat dat geld naartoe? Ook naar Europa — en naar Nederland. Uw hypotheekrente, spaarrekening en pensioenpot zijn allemaal indirect gekoppeld aan Amerikaanse staatsfinansen.
Daarnaast kunnen renteverhogingen ervoor zorgen dat Amerikaanse bedrijven minder snel groeien. Dat treft Nederlandse export: minder Amerikaanse consumptie betekent minder vraag naar Nederlandse machines, chemicaliën en aardappelen. Ook multinationals als ASML en Shell voelen dit indirect.
De echte angst onder economen? Dat dit uit de hand loopt. Als beleggers voelen dat de VS hun schuld niet meer kan bedienen, kunnen rentestanden plots omhoog schieten — wat een financiële crisis kan veroorzaken. Europa en Nederland zouden daar direct in meegezogen worden. Tot nu toe vertrouwen mondiale markten de dollar nog, maar dat vertrouwen is niet oneindig.
Washington zou nu keuzes moeten maken: meer belastingen, minder uitgaven, of beide. Tot nu toe gekozen voor geen van drieën.
*Bron: NPR Economy*




