De Verenigde Staten zijn een oncomfortabele grens gepasseerd. De federale staatsschuld bedraagt nu meer dan 39 biljoen dollar — voor het eerst groter dan het jaarlijkse bbp van de volledige Amerikaanse economie. Het markeert een kantelpunt waar leners wereldwijd nerveus van worden.
Wat maakt dit moment zo belangrijk? Het gaat niet alleen om het getal zelf. Het gaat om wat het betekent: Amerika leent nu structureel meer dan het in een jaar verdient. Vergelijk het met een huishouding dat jaarlijks meer uitgeeft dan het verdient — op den duur wordt dat problematisch.
De schuld groeide dit jaar sneller dan verwacht. Dat gebeurde niet omdat de belastingen opeens instorten, maar omdat uitgaven — defensie, zorg, pensioenen — blijven stijgen terwijl politici elkaar blokkeren bij lastige keuzes. Een structureel begrotingstekort is het gevolg. Economen waarschuwen dat dit op termijn rente duurder maakt, wat doorwerkt in hypotheken en bedrijfskredieten wereldwijd.
Het opvallendste: Washington toont weinig urgentie. Beide partijen erkennen het probleem, maar durven de moeilijke gesprekken (belastingen omhoog óf uitgaven omlaag) niet aan. Intussen groeit de schuldrente — de interesse die Amerika betaalt op al dat geld dat het leent — elk jaar explosief. Binnen enkele jaren gaat meer geld naar rente dan naar defensie.
Dit raakt Europa en Nederland niet gek. Als Amerikaanse rentes stijgen om hun schuld aantrekkelijk te houden, stijgen Europese rentes mee. Uw hypotheekrente, bedrijfskredieten, alles volgt. Plus: Amerikaanse schuldproblemen kunnen dollarkoersen stukmaken, wat beurs en handel verstoort.
Nederland heeft dit zelf meegemaakt. In 2010-12 zagen we hoe schuldencrises in gré¸kenland, Portugal en Spanje door Europa rimpelden. Amerika is veel groter — en als de werelds sterkste economie struikelt, voelt iedereen dat.




