De Verenigde Staten wapenen zich voor wat mogelijk het ergste bosbrandseizoen in jaren wordt. Brian Fennessy, hoofd van de net opgerichte U.S. Wildland Fire Service, geeft toe dat zijn organisatie tegen de grenzen aanloopt: 'We're dry' — letterlijk en figuurlijk.
De voorbereidingen zijn in volle gang. Fennessy zegt dat zijn team 'probeert extra vliegtuigen in te zetten en ze eerder operationeel te maken'. Het gaat om waterbombardiers en transportvliegtuigen die essentieel zijn voor het bestrijden van grote bosbranden. De timing is kritiek: het brandseizoen in de westelijke staten begint steeds eerder en duurt langer, mede door droogte en opwarming.
Dat er haast bij is, merken Amerikanen al maanden. De afgelopen jaren hebben recordbranden in Californië, Oregon en andere staten duizenden huizen verwoest en de luchtkwaliteit tot in Canada en Mexico aangetast. Dit jaar belooft nog extremer te worden: meteorologen waarschuwen voor aanhoudende droogtecondities.
Fennessy verdedigt tegelijk de preventieve aanpak van de dienst — het preventief dunnen van bossen en ondergroei — tegen kritici die zeggen dat dit niet snel genoeg werkt. Volgens hem zijn dit de enige langetermijnoplossingen, naast beter personeelsbeheer en meer middelen voor trainingen.
De vraag die Amerikanen zich stellen is scherp: is voorkomen genoeg, of is de brand al te groot geworden voor klassieke bestrijding?



