Wetenschappers hebben jaren lang kunnen putten uit een unieke bron: gezinnen met zeldzame genmutaties die al in hun veertig en vijftig tot Alzheimer leiden. Deze patiënten gaven onderzoekers een zeldzaam voorruitkijkje op een ziekte die normaal pas op oudere leeftijd toeslaat — en een veel snellere manier om nieuwe behandelingen uit te testen.
Precies omdat de symptomen decennia eerder verschijnen, konden wetenschappers in sneltreinvaart onderzoeken doen. Wat normaal 20 jaar duurt, ging hier in vijf jaar. Enkele vielversprekende medicijnen staan nu op het punt om getest te worden. En dan ramt het financiële mes er dwars doorheen.
Trumps besparingen op onderzoeksbegroting treffen dit werk hard. De National Institutes of Health, waar veel van dit onderzoek onder viel, ziet zijn budget krimpen. Voor families die weten dat zij en hun kinderen voor Alzheimer staan, voelt het als een klap in het gezicht. Ze hebben jarenlang deelgenomen aan studies, hun medische gegevens gedeeld, bloedmonsters afgestaan — alles omdat ze hopen dat hun erfelijke vloek uiteindelijk de wereld helpt.
Nederland en de rest van Europa kijken nu scherp toe. Nederlandse onderzoeksgroepen werken nauw samen met deze Amerikaanse netwerken. Als die fondsen opdrogen, verliest Wageningen University en andere Nederlandse instellingen rechtstreeks toegang tot cruciale data en patiëntennetwerken. En dat terwijl farmabedrijven als Eli Lilly en Biogen, die aan dezelfde middelen werken, juist nu in een kritieke testfase zitten.
De ironie: Trump profileert zich graag als hardhandig zakeman. Maar stopzetten van onderzoek nu, terwijl doorbraken nabij zijn, is financieel kortzichtig. Medicijnen die vandaag niet gemaakt worden, brengen morgen geen geld in het laatje.





