Het ontslag van leden van de National Science Board (NSB) door het Trump-administation wordt door wetenschappers gezien als een directe aanval op de onafhankelijkheid van federaal onderzoeksbeleid. Het NSB adviseert de regering over financiering via de National Science Foundation (NSF), een cruciale geldkraan voor Amerikaanse wetenschappers.
De move volgt maanden van druk vanuit de regering om de NSF-begroting te snijden. Dat roept ernstige vragen op over de toekomst van het zogenoemde 'merit-based' systeem — waarbij onafhankelijke experts bepalen welk onderzoek financiering krijgt, niet politici. 'Dit is geen zuivere bezuinigingsmaatregel,' zegt een woordvoerder van de American Association for the Advancement of Science tegenover NPR. 'Dit gaat om controle.'
Wetenschappers vrezen dat politieke inmenging de kwaliteit van gefunde projecten ondermijnt. Onderzoeken die niet onmiddellijk commercieel nut hebben — bijvoorbeeld fundamenteel onderzoek naar klimaatverandering of quantumcomputing — zouden onder druk komen te staan. Die onderzoeken vormen juist de grondslag voor toekomstige innovatie.
De NSB telt doorgaans 24 leden uit universiteiten, bedrijven en onderzoeksinstituten. Door ze nu uit te zetten en vervangingen aan te stellen, krijgt Trump indirect meer zeggenschap over welke wetenschap wordt gefinancierd. Eerder al probeerde het administation miljarden van het NSF-budget af te romen.
Deze ontwikkeling raakt Nederlands onderzoek direct. Nederlandse wetenschappers werken intensief samen met Amerikaanse collega's via NSF-gefinancierde projecten — onder meer in AI, waterstofonderzoek en materiaalwetenschap. Als die financieringslijnen opdrogen door politieke inmenging, voelen Nederlandse universiteiten en bedrijven dat onmiddellijk. Bovendien verstoort het de mondiale onderzoeksstandaard: onafhankelijke peer review is het cement van betrouwbare wetenschap. Dat zet het hele systeem onder druk.





