De Trump-regering is tot nu toe duidelijk: minder regels, meer innovatie. Maar in recente uitspraken klinkt een ander geluid door. Dat geeft aanleiding tot vragen: wat is er veranderd?
Tot voor kort was Trumps lijn onomwonden. De Amerikaanse overheid moest AI-bedrijven vooral de ruimte geven om te groeien, zonder in te grijpen. Dat paste in het grotere plaatje van 'deregulering' — het afbouwen van overheidsregels die bedrijven volgens Trump alleen maar remmen.
Nu lijkt de wind te draaien. In recente statements hebben functionarissen van Trumps team voorzichtiger geluid — er zijn zelfs suggesties gedaan dat bepaalde AI-risico's serieus moeten worden genomen. Experts interpreteren dit als een pragmatische koerswijziging: Donald Trump realiseert zich dat totale afwezigheid van regels politiek lastig ligt, én dat enkele grote AI-ongelukken zijn imago kunnen schaden.
De verschuiving is subtiel maar significant. Niet zozeer 'regulering = slecht', meer 'sommige regulering = nodig'. Dit raakt Nederlandse tech-bedrijven en universiteiten rechtstreeks. Nederlandse AI-bedrijven die op de Amerikaanse markt willen groeien, moeten zich voorbereiden op wat de 'Trump-variant' van regelgeving wordt — waarschijnlijk lichter dan Europa's AI Act, maar niet meer helemaal hands-off.
De vraag nu is hoever deze retorica gaat. Krijgen we daadwerkelijk nieuwe regels, of blijft het bij voorzichtige woorden? Vooralsnog lijkt het erop dat Trump probeert een middenweg te vinden: genoeg regulering om legitimiteit te behouden, maar niet zoveel dat het bedrijven ontmoedigt.




