Silicon Valley heeft zich de afgelopen jaren radicaal verplaatst. Waar tech-miljardairs decennialang als progressief golden, zien we nu een merkwaardige alliantie ontstaan tussen venture capitalists en het Trump-kamp. En die alliantie is niet altruïstisch — het gaat om geld.
George Packer, correspondent voor The Atlantic, beschrijft hoe tech-investeerders die zwaar inzetten op kunstmatige intelligentie en cryptocurrency, strategisch achter Trump zijn gaan staan. Hun motivatie is helder: ze willen regelgeving die hun eigen miljarden beschermt en vermeerdert. En tot nu toe werkt het.
De logica is simpel. Waar democratische beleidsmakers voorzichtig omgaan met AI-regulering en scepsis hebben over crypto, belooft Trump een lichtere hand. Voor tech-investeerders betekent dat miljarden dollars aan ongebonden groei. Daarom steunden zij Trump's campagne, ontmoetten ze hem op privé-diners en infiltreerden ze zijn adviseurcircels.
Dit is geen enkele keer gebeurd — het patroon herhaalt zich. Musk, thiel-achtige figuren, jonge crypto-miljardairs: ze zien Trump als hun ideale president, niet uit principiële reden, maar omdat hij hun sectoren toelaat met minimale toezicht te floreren. De ironie? Deze 'tech right' preekt over vrije markten terwijl ze actief lobbywerk doen voor gunstbeleid.
Het schokkende is hoe effectief dit is. Regelgeving over AI-veiligheid raakt vertraging. Crypto krijgt meer legitimiteit in Washington. En Silicon Valley haalt miljarden op voor bedrijven die anders veel voorzichtiger zouden moeten opereren.
Packer's analyse waarschuwt voor een veel groter probleem: de samensmeltting van economische macht en politische invloed. Wanneer tech-miljardairs met rechtstreekse toegang tot het Witte Huis hun eigen regelgeving kunnen schrijven, ondermijnt dat het democratische proces.



