Tech-journaliste Joanna Stern deed een experiment dat veel mensen heimelijk dromen: een volledig jaar lang alles aan AI overlaten. Ze liet kunstmatige intelligentie haar medische onderzoeken interpreteren, berichten voor haar beantwoorden, en fungeerde zelfs als haar therapeut. Wat begon als wetenschappelijke nieuwsgierigheid, werd een onderzoek naar hoe diep we afhankelijk kunnen raken van technologie — en wat dat met ons doet.
De bevindingen zijn niet geruststellend. Stern ontdekte dat het gemak van AI-assistentie snel normaal voelt. Je delegeert die ene taak, dan nog een, en voor je het weet, ben je kritische beslissingen uit handen gegeven aan algoritmes die niet jou, maar patronen in trainingsdata kennen. Vooral verontrustend: haar emotionele band met de AI-assistent groeide. Wanneer het systeem troostend reageerde of empathie toonde, voelde dat — even — echt.
Dit jaar beschrijft Stern in detail in haar nieuwe boek 'I Am Not a Robot', wat de titel zelf al zegt: je vervangt jezelf niet door een machine, je vergeet alleen waar het verschil ligt. De journalist ontdekte dat AI goed is in het nabootsen van begrip, maar niet in het hebben ervan. Een medische AI kan symptomen herkennen, maar kent je medische geschiedenis niet volledig. Een chatbot kan troostende woorden schrijven, maar kan geen therapeut zijn.
Het onderzoek raakt een groeiend dilemma in het Westen: AI wordt sneller slimmer dan we wijzer worden in hoe we het gebruiken. We geven AI-systemen taken die we zelf moeten doen — niet omdat we niet kán, maar omdat het makkelijker is. De vraag is niet of AI gevaarlijk is, maar of wij goed kunnen omgaan met de verleidelijke gemak ervan.
Sterns bevinding resonateert vooral in Nederland, waar AI-adoptie razendsnel gaat. Nederlandse bedrijven en particulieren experimenteren al massaal met ChatGPT, Claude en vergelijkbare tools. Haar waarschuwing: let op wanneer gemak uitsluit naar afstand.





