De afgelopen jaren stond de Trump-administratie vooral bekend om één mantra: laat innovatie zijn gang gaan. Minder regels, meer vrijheid voor tecbedrijven om te experimenteren. Maar nu lijkt die koers te verschuiven.
NPR bericht dat er in recente uitspraken van Trump en zijn team een duidelijke breuk zichtbaar is. Waar het ministerie van Technologie en Veiligheid aanvankelijk voorstander was van een licht toezicht, verschijnen nu regelmatig termen als 'veiligheid', 'controle' en zelfs 'nationale belangen' in de retoriek rond kunstmatige intelligentie. Het gaat niet om een volledige ommezwaai — innovatie blijft prioriteit — maar de balans verschuift merkbaar.
De oorzaken zijn divers. Buitenlandse spelers zoals China gaan sneller met AI dan verwacht. Werkgelegenheid staat onder druk. En waarschijnlijk het belangrijkst: big tech-bedrijven als OpenAI en Google hebben zelf steeds vaker om regulering gevraagd, als teken dat ze de technologie serieus nemen. Zelfs Elon Musk, lange tijd kritisch op overheidsregels, pleitte recent voor federaal toezicht op AI.
Dit betekent niet dat strenge Europese modellen morgenvroeg in Amerika overkomen. De VS kiest waarschijnlijk voor een lichter spoor dan de EU. Maar het momentum is duidelijk: deregulering als standaardcursus is voorbij.
**Wat betekent dit voor Nederland?**
Nederlandse bedrijven en onderzoekers die op Amerikaanse AI-export afhankelijk zijn, moeten zich voorbereiden op veranderde spelregels. ASML, Philips en Dutch tech-startups die met Amerikaanse partners werken, zullen eerder tegen Amerikaanse controleverordeningen aanlopen. Tegelijk kan dit strenger Amerikaanse beleid de Europese aanpak van AI-regelgeving — die al veel strenger is — legitimeren. Waar Nederland en Europa nu als regelzuchtigen gelden, kan dit ineens meer middenpositie zijn. Een interessant moment voor Nederlandse AI-ambitie.


