De Amerikaanse inflatie is in april opgelopen tot 3,8% op jaarbasis — het hoogste niveau sinds mei 2023. Dat is hoger dan de verwachting van 3,7%, volgens consensus van de Dow Jones.
De stijging suggereert dat prijzendaling in Amerika sneller afvlakt dan economen voorzagen. Hoewel de inflatie nog steeds onder het piek van ruim 9% in 2022 ligt, vormt deze versnelling een obstakel voor de Federal Reserve. De centrale bank streeft naar 2% jaarlijkse prijsstijging en had gehoopt dat de trend naar beneden zou doorzetten.
Analisten wijzen op aanhoudende druk in sectoren als energie en voedselprijzen. De hogere CPI-cijfers kunnen gevolgen hebben voor de rentebesluiten van de Fed. Eerdere voorspellingen van meerdere renteverlagingen dit jaar lijken nu minder waarschijnlijk. In plaats daarvan rekenen markten nu sterker in op een voorzichtigere benadering.
Voor Amerika betekent dit dat spaarders langer van hogere spaarrentes profiteren, maar huishoudens en bedrijven moeten rekening houden met langere periodes van hoge financieringskosten. Consumenten merken het onder meer bij hypotheken en kredieten.
**Wat dit voor Nederland betekent**
Het Amerikaanse inflatiecijfer raakt Europa rechtstreeks. Als de Fed langer hoge rentes handhaaft, volgt de ECB niet zelden dezelfde lijn — wat Nederlandse hypotheken en spaarrendementen direct beïnvloedt. Bovendien kan aanhoudende inflatie in Amerika de dollar sterker houden, wat Nederlandse exportbedrijven (zoals ASML en Shell) zwaarder maakt omdat hun producten in dollars geprijsd zijn. Een sterkere dollar betekent minder winstmarge.




