De inflatie in de Verenigde Staten is in april opgelopen tot 3,8% op jaarbasis — hoger dan de verwachte 3,7%. Het is de sterkste stijging sinds mei 2023, wat suggereert dat prijsdruk niet zo snel afneemt als centrale bankiers hoopten.
De cijfers van het Consumer Price Index werden maandagochtend gepubliceerd en verrassen analisten negatief. Dit kan de plannen van de Federal Reserve voor renteverlagingen vertragen. Hoewel de Fed eerder dit jaar begon met rentedalingen, zal deze inflatiespurt waarschijnlijk voorzichtiger maken bij verdere stappen.
Voor Nederland en Europa is dit relevant: als de Fed minder snel rentestappen gaat zetten, volgt de Europese Centrale Bank (ECB) doorgaans dezelfde richting. Dat betekent dat hypotheken en spaarrentes hier langer op een hoger niveau blijven staan. Nederlandse huizenbezitters die binnenkort gaan refinancieren, kunnen dus op duurdere voorwaarden rekenen.
De oorzaken van de inflatiestijging zijn divers. Energie en voeding bleven duur, maar ook diensten en transport drukten het gemiddelde prijsniveau omhoog. Een combinatie die suggereert dat de prijsdruk breder is dan alleen door externe schokken (olie, graan) wordt veroorzaakt.
De markten reageerden voorzichtig. Beleggers die op snelle renteverlagingen rekenden, zagen dat scenario verschuiven. Voor Nederlandse importeurs en exporteurs naar de VS speelt mee dat een sterkere dollar volgt op hogere US-rentes, wat hun producten duurder maakt in Amerika.
**Wat dit voor Nederland betekent:** Zolang de Fed voorzichtig blijft met renteverlagingen, verwacht u niet snel beweging in hypotheekrentes. ECB volgt doorgaans dezelfde lijn. Daarnaast kunnen Nederlandse exporteurs in de komende maanden tegen hogere dollar-koersen aankijken, wat hun competitiviteit in de VS tempelt.



