Een cijfer dat in Washington veel hoofden doet schudden: de Amerikaanse federale schuld is deze week voor het eerst boven de 39 biljoen dollar gestegen. Dat is niet zomaar een getal — het betekent dat de schuld van de VS-overheid nu groter is dan de waarde van alles wat het land in een heel jaar produceert.
Dat klinkt abstract, maar het heeft concrete gevolgen. Wanneer een schuld groter wordt dan het bruto binnenlands product (bbp), wordt het steeds duurder om die schuld af te betalen. De rente die de VS moet betalen op haar schuldobligaties stijgt, wat het tekort weer groter maakt — een neerwaartse spiraal. Volgens de Amerikaanse overheid zal dit jaar alleen al meer dan 600 miljard dollar aan rentebetalingen kosten.
De vraag is: wie gaat dat allemaal betalen? Een groot deel van de Amerikaanse schuld is in handen van buitenlanders — onder wie talrijke Europese banken en pensioenfondsen. Als de VS-economie vertraagt of als beleggers minder vertrouwen hebben in Amerikaanse obligaties, worden die papieren veel minder waard. Dat raakt ook Nederlandse portefeuilles.
Het merkwaardige: ondanks alle waarschuwingen van economen doen Amerikaanse politici weinig. Belastingen verhogen of uitgaven korten zijn politiek giftig, dus beide partijen stellen het uit. Intussen groeit de schuld door — vorig jaar nog sneller dan het bbp.
Voor Nederland is dit relevant omdat een instabiele Amerikaanse staatsfinanciën kunnen leiden tot hogere rentes wereldwijd. Dat maakt hypotheken en zakelijke leningen duurder. Bovendien: als buitenlanders zich terugtrekken uit Amerikaanse obligaties, zoeken ze alternatives — ook dat beïnvloedt onze financiële markten.





