CIA-directeur John Ratcliffe is donderdag in Havana samen geweest met Cubaanse functionarissen, onder wie een kleinzoon van voormalig leider Raúl Castro. Dat bevestigen zowel Amerikaanse als Cubaanse overheidsbronnen.
De ontmoeting markeert een opvallende ontwikkeling in de decennialange spanning tussen Washington en Havana. Ratcliffe, die onder president Trump als hoofd van de inlichtingendienst fungeert, voerde het bezoek op hoog niveau. De exacte gespreksonderwerpen zijn niet openbaar gemaakt, maar dergelijke directe contacten tussen topinstellingen duiden doorgaans op voorzichtige stappen naar normalisering of onderhandelingen over gevoelige kwesties.
Cuba en de Verenigde Staten handhaven sinds 1962 een nauwe economische embargo, hoewel beide landen in 2015 onder president Obama diplomatieke betrekkingen herstelden. Die normalisering werd echter onder Trumps eerste ambtstermijn gedeeltelijk teruggedraaid. Het huidige bezoek suggereert dat Washington opnieuw in gesprek wil met de Cubaanse regering.
De deelname van Castro's familie aan de bijeenkomst is symbolisch gewicht: het onderstreept dat beide landen erkend hebben dat dialoog mogelijk is op het hoogste niveau. Ratcliffe's reis is niet eerder door een CIA-leider ondernomen op deze schaal.
Het is onduidelijk welke concrete resultaten het gesprek oplevert. Beide landen hielden zich beperkt in hun verklaringen. Dit soort geheime diplomatie vormt echter meestal een voorbode voor publiekere onderhandelingen of verklaringen.





