Brian Fennessy, het nieuwe hoofd van de U.S. Wildland Fire Service, waarschuwde deze week dat zijn agentschap zich voorbereidt op een 'extreem' brandseizoen. In een gesprek met NPR maakte Fennessy duidelijk dat preventie en voorbereiding de kernzaken zijn — maar dat de middelen niet altijd volgen.
'We're dry' — zei Fennessy. Het Amerikaanse Westen kampt met aanhoudende droogteperiodes en stijgende temperaturen. Die combinatie maakt wildfires groter, sneller en moeilijker beheersbaar. Fennessy zegt dat zijn organisatie nu al extra vliegtuigen in kan zetten en ze vroeger dan normaal in werking wil stellen.
De nieuwe leiding verdedigt tegelijk de preventieve aanpak van de service. Critici — vooral in Republikeinse kampen — beweren dat de federale overheid te veel nadruk legt op het laten branden van geplande branden ('controlled burns'), en te weinig op bosbeheer en houtkap. Fennessy wuift die kritiek weg en benadrukt dat preventie via vegetatiebeheer en geplande branden onvermijdelijk is om toekomstige superbranden te voorkomen.
De werkelijkheid is ingewikkelder. Het Westen heeft decennia van bosbrandonderdrukking achter de rug — wat betekent dat veel dode takken en brandhout zich hebben opgestapeld. Geplande branden kunnen dat risico verminderen, maar ze zijn omstreden bij bewoners die bang zijn voor rook en uitslipfouten.
Fennessy beheert een dienst die al jaren onder druk staat: te weinig personeel, steeds langere brandseizoen (nu bijna negen maanden per jaar), en groeiende kosten. De federale budgetten zijn niet meegekomen met de vraag.




