De Amerikaanse consumentenprijzen zijn in april met 3,8% gestegen ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar, blijkt uit gegevens van het Amerikaanse Arbeidsdepartement. Dat is hoger dan veel economen verwachtten, en het voelt voor veel Amerikanen als een harde klap.
De werkelijkheid achter de cijfers is voelbaar. Mensen geven meer uit voor eten, energie en vervoer dan ooit tevoren. Een moeder in Texas vertelt dat haar boodschappenbiljetten in drie jaar tijd bijna verdubbeld zijn. Een gepensioneerde in Florida kijkt wanhopig naar zijn uitgaven voor medicijnen en nutsvoorzieningen. Voor veel gezinnen betekent dit dat sparen voorbij is — alles gaat op aan dagelijkse kosten.
Het meest pijnlijke? Lonen groeien niet in hetzelfde tempo mee. Hoewel sommige sectoren sterke loongroei hebben gezien, voelen veel werknemers zich financieel achterlopen. Een werknemer in New York zegt eerlijk: "Mijn salaris steeg met 2%, maar alles wordt twee keer zo duur."
Bedrijven reageren door prijzen door te berekenen aan consumenten, wat de spiraal in gang houdt. Restaurants verhogen menukaarten, supermarkten pakken smaller uit voor dezelfde prijs, en autoverhuurders vragen recordbedragen.
De vraag die nu leeft: gaat dit nog verder, of stabiliseert het binnenkort? De Federal Reserve verhoogt intussen voorzichtig rentes om inflatie in te dammen — maar dat riskeert weer andere problemen.
Bron: NPR Economy



