Het is een surrealistisch scenario: vijftien migranten en asielzoekers uit Zuid-Amerika werden afgelopen maanden door de Verenigde Staten uitgezet naar de Democratische Republiek Congo (DRC). Een land waar zij geen familie hebben, geen taal spreken en waar een aanhoudend gewapend conflict woedt.
Volgens NPR World zitten deze uitgezetten personen nu in grote onzekerheid. De meesten kwamen aanvankelijk naar de VS op zoek naar asiel, maar werden ondanks hun aanvragen voor bescherming uit het land gezet. De keuze voor Congo als bestemming is opvallend: waarom werden zij juist naar Afrika gestuurd?
De situatie illustreert een breder patroon in Amerikaanse migratiebeleid. Onder druk om deportaties te intensiveren, experimenteert Washington steeds vaker met onconventionele uitzetlanden. Afrika dient hierbij als een soort 'dumpplaats' voor niet-gewenste migranten – een praktijk die mensenrechtenorganisaties fel kritiseren. De uitgezette personen hebben geen sociale netwerken, geen kennis van de lokale cultuur of taal, en geen economisch perspectief.
De DRC zelf kampt met enorme uitdagingen: het land heeft te maken met gewapende groepen, slechte veiligheid en beperkte publieke diensten. Lokale hulporganisaties zijn niet in staat deze nieuwe groep adequaat op te vangen. Interviews met enkele deportees tonen hun wanhoop: 'We don't know what will happen to us' ('We weten niet wat ons overkomt'), zegt een van hen tegen NPR.
Dit is geen Nederlands probleem, maar het raakt wel de internationale mensenrechten-architectuur waar Nederland deel van is. Nederlandse politici hebben zich altijd profileerd als verdedigers van asielrechten en internationale rechtsstaat. Een VS-beleid dat asielzoekers naar chaotische gebieden deporteert, ondergraaft de normen waar Den Haag voor staat.


