Wetenschappers in de Verenigde Staten hebben een doorbraak bereikt in het begrijpen van Alzheimer's. Niet door toeval, maar door families te volgen met zeldzame genetische mutaties die de ziekte al in middelbare leeftijd triggeren. Deze patiënten boden onderzoekers een unieke mogelijkheid: sneller testen hoe behandelingen werken, zonder decennia te wachten.
Dat onderzoek stopte abrupt. De Trump-administratie schrapte de financiering voor deze studies. Voor de getroffen families — waaronder Nederlandse patiënten met dezelfde genetische mutaties — voelt dat als een klap. "We waren zo dicht bij antwoorden," zeggen onderzoekers tegen NPR.
Waarom matert dit? Families met deze mutaties hebben een kans van 50 procent dat hun kinderen dezelfde ziekte krijgen. Zonder onderzoek blijft voor hen de toekomst onzeker. Maar ook: de inzichten uit deze studies — over hoe Alzheimer's zich in het brein ontwikkelt — helpen ook gewone Alzheimer's-patiënten. Medicijnen die voor genetische vormen werken, kunnen de basis vormen voor behandelingen voor miljoenen anderen.
Nederland telt meer dan 280.000 dementie-patiënten. Veel ervan hebben geen erfelijke oorzaak, maar de basisbiologie is dezelfde. Als Amerikaans onderzoek stagneert, stagneert ook de hoop op betere therapieën. Nederlandse onderzoekers kunnen wel doorgaan, maar verliezen het voordeel van Amerikaanse schaalgrootte en financiering.
De vraag nu: zullen andere landen — of private fondsen — dit gat opvullen? Vooralsnog lijkt het antwoord onzeker.





