De Amerikaanse inflatie is in april opgelopen tot het hoogste niveau sinds begin 2023. Consumentenprijzen stegen met 3,8% vergeleken met een jaar eerder. Het Amerikaanse Bureau voor Arbeidsstatistieken (BLS) meldt dat met name benzineprijzen de stijging hebben aangestuurd.
De prijsstijgingen treffen vooral drie onderdelen van het dagelijks leven. Allereerst benzine: de gemiddelde prijs per gallon is flink gestegen, wat doorwerkt in alle vervoerskosten. Ten tweede huishoudelijke energie — zowel elektriciteit als verwarming worden duurder naarmate de seizoenen wisselen. Ten derde voedsel, al is de stijging daar minder dramatisch dan enkele jaren geleden.
Voor Amerikaanse consumenten betekent dit dat hun koopkracht verder afneemt. Vooral gezinnen met lagere inkomens voelen dit hardst in hun portemonnee — zij besteden relatief meer aan benzine en energie. De inflatie blijft boven het doel van de Federal Reserve (2%), wat suggereert dat renteverhogingen nog niet afgelopen zijn.
Wat dit voor Nederland betekent: deze Amerikaanse inflatiecijfers hebben indirect invloed op de Europese Centrale Bank (ECB). Als inflatie in de VS aanhoudt, blijft de Federal Reserve voorzichtiger met renteverlagingen. Dat houdt de dollarkoers sterk, wat Nederlandse exporteurs minder competitief maakt. Bovendien beïnvloeden Amerikaanse energieprijzen via wereldmarktmechanismen ook de Europese gasprijzen. Tot slot: als de Fed langer hoge rentes handhaaft, volgt de ECB deels — met gevolgen voor uw hypotheekrente en spaarrente in Nederland.




