Canada beleeft een militair wedergeboorte. Voor het eerst in drie decennia stromen jonge Canadezen massaal in bij de strijdkrachten — een omslagpunt na jaren van stuiptrekkingen in de defensiebegroting en alarmerend personeelstekort.
De timing is niet toevallig. De oplopende spanning met Rusland, China's groeiende aggressiviteit en vooral het recente Amerikaanse drumfirewerk — Trump dreigde Canada als 51ste staat in te lijven — hebben de boodschap klaar en duidelijk gemaakt: zelf verdedigen kan niet uitgesteld worden.
De Canadese regering ziet in dit recruiteringsmomentum kans om eindelijk de achterstand in te halen. Jaren geleden waarschuwden defensiedeskundigen al dat Canada onder de NAVO-standaard van 2 procent bbp voor defensie bleef steken. De onderhandelingen voor F-35-straaljagers sleepten zich voort, en het personeelsbestand kromp. Nu die crisis voelbaar wordt — letterlijk aan de grens — reageert de bevolking.
Het Canadese leger moet nu voorkomen dat dit momentum verflauwt. Training, uitrusting en vooral motivatie zijn cruciaal. Want recruteren is één; behouden is twee. En terwijl Canada zijn militaire spierballen aanspant, kijken geallieerden in Europa scherp toe.
**Waarom dit voor Nederland zaak is**
Dit gaat verder dan Canadese defensie. Een sterker Canada betekent een sterkerder NAVO — en dat raakt ons rechtstreeks. Nederland werkt nauw samen met Canadese troepen in oefeningen, en politiek gezien leunt Brussel op Noord-Amerikaanse steun tegen potentiële Russische agressie. Als Canada zijn militaire gat dicht, voelen alle NAVO-partners dat. Tegelijk onderstreept dit: Trump's retoriek over Amerikaanse terugtrekking uit de Atlantische bondgenootschap werkt paradoxaal genoeg als wakkerbeller voor medegezellen — inclusief ons.




