Japan breidt zijn defensiemogelijkheden flink uit. Het land voelt zich in zijn gat gezeten door een 'ernstigste en meest complexe veiligheidssituatie' sinds 1945, zo meldt Al Jazeera. Tokio duwt daarbij tegen de grenzen van wat onder 'defensie' valt in zijn vredesconstitutie aan.
De oorzaak is duidelijk: Japan raakt er steeds meer van overtuigd dat de Verenigde Staten niet langer onvoorwaardelijk zijn militaire beschermheer zijn. Onder presidenten als Trump groeit de onzekerheid over de Amerikaanse bereidheid om in geval van conflict voor Japan te vechten. China en Noord-Korea blijven ondertussen hun militaire macht opbouwen in de regio.
De 'zuidelijke schild' waar Al Jazeera over spreekt, richt zich op eilandketens ten zuiden van Japan—strategisch kritieke gebieden nabij Taiwan en cruciale scheepvaartroutes. Door hier defensiecapaciteiten uit te breiden hoopt Tokio zelfstandiger te kunnen opereren zonder te hoeven rekenen op directe Amerikaanse steun.
Dit betekent praktisch meer geld voor defensie, geavanceerdere wapenstelsels en grotere militaire eenheden. Juridisch werkt Japan rond beperkingen die na 1945 zijn ingesteld—officieel voor 'defensief' gebruik. Maar de grens tussen defensie en offensieve capaciteit vervaagt geleidelijk.
De verschuiving weerspiegelt een grotere trend in Azië: bondgenoten van Washington heroriënteren zich en zoeken meer zelfstandigheid. Voor Nederland relevant: het toont hoe de wereldorde verschuift als de Amerikaanse veiligheidsgarantie onzekerder wordt. Ook Europa zal sterker op eigen benen moeten staan.




