De британski handelsrelatie met Amerika — traditioneel een van de belangrijkste voor Londen — staat onder zware druk. Na Trump's recent aangekondigde tarievenmaatregel, bekend als 'liberation day', zien Britse exporteurs hun verkopen naar de VS dramatisch krimpen. De uitvoer is met een kwart gedaald, een klap die het Verenigd Koninkrijk nu ook met een handelstekort tegenover zijn grootste handelspartner achterlaat.
De getallen zijn harder aangekomen dan veel economen verwachtten. Voor sectoren als landbouw, farmaceutica en vervaardiging betekent dit een direct inkomstenverlies. Britse bedrijven betalen nu aanzienlijk hogere invoertarieven op hun producten in de VS, waardoor zij minder competitief worden en klanten wegvallen. Dit is niet zomaar een economische tegenslag — het ondermijnt jaren van post-Brexit-strategie waarin Londen hoopte op een sterke bilaterale handelsband met Washington.
De 'liberation day'-tarieven waren onderdeel van Trumps bredere heroriëntatie op Amerikaanse handelsbeleid. Het streven is protectionistischer: producten van buiten de VS krijgen hogere grensbelastingen. Dat helpt Amerikaanse fabrikanten tegen buitenlandse concurrentie, maar het treft partners als het VK hard. Bedrijven spreken van chaos: onzekerheid over toekomstige maatregelen maakt langetermijnplanning onmogelijk.
Het handelstekort — meer importeren dan exporteren — is voor het VK pijnlijk op een moment dat de economie traag groeit. Londen zal moeten onderhandelen over mogelijk uitzonderingen of afbouw van tarieven. Maar Trump toont zich tot dusver onverzettelijk: 'bevrijding' van wat hij ziet als oneerlijke handelspraktijken staat voorop.




