De Britse export naar de Verenigde Staten is in vrije val. Na Trumps zogenaamde 'Liberation Day'-tariffeninvoering kelderden de uitvoeren met 25 procent, blijkt uit cijfers van CNBC. Voor Groot-Brittannië betekent dit niet alleen verlies van inkomsten, maar ook een historische omslag: het land draait nu voor het eerst op dit niveau een handelsdeficit met zijn grootste handelspartner.
De oorzaak ligt duidelijk bij Trumps nieuwe douanemaatregel. Onder de noemer 'Liberation Day' voerde de Amerikaanse regering agressieve tarieven in op talloze goederen uit geallieerde landen — Groot-Brittannië ondervindt de volle impact. Britse bedrijven zien hun producten opeens veel duurder worden op de Amerikaanse markt, wat tot minder bestellingen leidt. Vooral vervaardigde goederen en diensten voelen de klap.
Dit is geen incident in isolatie. Voor het VK is dit een nachtmerrie na de Brexit — juist toen Londen hoopte compensatie te vinden in sterke VS-handel. Nu blijkt dat plan verloren gegaan voor een groot deel. Bedrijven in Manchester tot Edinburgh kijken wanhopig hoe hun markt instort.
Voor Nederland en de EU speelt dit scenario ook. Hoewel de EU via Brussel onderhandelt over tarieven, voelt dit Britse voorbeeld alarmerend aan. Als een nauwe Amerikaanse bondgenoot zó hard getroffen wordt, wat houdt Trump dan nog in voor Nederlands exportbedrijven? ASML, Unilever, Shell en andere grote uitvoerders zullen dit Britse debacle nauwlettend volgen. De vraag is niet óf Nederlandse handel onder druk komt te staan, maar hoeveel handelscapaciteit het land zal verliezen voordat Brussel daadwerkelijk tegenmaatrelen in voert.




