De gevolgen van Trumps agressieve tarievenoffensief worden steeds zichtbaarder. Britse exporteurs worden keihard geraakt: in de weken na de zogenaamde 'bevrijdingsdag'-tarieven daalde de uitvoer naar de Verenigde Staten met maar liefst 25 procent. Voor Londen is dit een klap, omdat Amerika tot nu toe steeds de grootste handelspartner was.
De cijfers tonen aan dat het Verenigd Koninkrijk nu voor het eerst in jaren een handelstekort draait met Washington. Dat betekent dat Britten meer Amerikaanse goederen kopen dan ze ernaartoe kunnen verkopen. Sectoren als voedselproductie, chemicaliën en automotive worden bijzonder hard geraakt door de nieuwe importtarieven.
Brexit maakte het Britse handelsbeleid al ingewikkelder. Zonder de EU kunnen Britse bedrijven minder flexibel onderhandelen over groepsdeals. Nu moet Londen dus individueel met Washington proberen te onderhandelen — een zwakker uitgangspunt dan voorheen.
De Britse regering probeert via diplomatie uit deze hoek te komen, maar het effect van Trumps 'Liberation Day'-maatregelen is rauw en onmiddellijk. Bedrijven die op Amerikaanse markten rekenden, moeten nu hun prijzen omhoog gooien of winst inleveren.
Voor Nederland is dit een waarschuwing. We exporteren nog meer naar de VS dan Groot-Brittannië. Als Londen 25 procent verliest, kunnen Nederlandse bedrijven in voeding, chemie en machines hetzelfde lot treffen — of erger. De vraag is of de Nederlandse regering en het bedrijfsleven al voorbereiding treffen.





