TSMC, de Taiwanese chipfabrikant die de wereld van kunstmatige intelligentie voorziet, staat voor een energiecrisis. Door de massale vraag naar geavanceerde AI-chips verdubbelt het elektriciteitsverbruik van de onderneming bijna, en dat drijft het eiland naar stroomstoringen toe.
De oplossing? Een miljardenoverstap naar windenergie. TSMC investeert fors in windmolenparken — zowel in Taiwan als op zee — en sluit lange-termijncontracten af voor hernieuwbare stroom. Het bedrijf heeft zich ten doel gesteld 40 procent van zijn energieverbruik uit duurzame bronnen te halen tegen 2050, maar versnelt dat plan nu aanzienlijk.
Taiwan zelf worstelt ondertussen met een energiepuzzel. Het eiland heeft traditioneel op aardgas en kernenergie vertrouwd, maar wil tegelijk uit kernkracht stappen. Tegelijkertijd nemen chipmakers als TSMC en Samsung—hun Zuid-Koreaanse concurrent—miljarden kilowattuur per jaar op. TSMC alleen verbruikt al meer stroom dan 500.000 Nederlandse huishoudens samen.
De kwestie is groter dan één bedrijf. Taiwan is technologisch zo voorgekomen dat de rest van de wereld ervan afhankelijk is geworden. Bijna negentig procent van geavanceerde chips (de soort die AI aandrijft) komt uit Taiwan. Dus als TSMC zonder stroom zit, voelen we dat in Amsterdam, Eindhoven en Wall Street.
Windenergie alleen lost het niet op. TSMC werkt ook aan energiebesparing in de fabrieken zelf, en onderzoekt batterijtechnologie om pieken op te vangen. Maar het grote probleem blijft: Taiwan moet keuzes maken. Meer industrie, of meer stabiliteit?




