Het geld werd officieel niet gekort, maar het bereikt de onderzoekslab's niet. Dat is de vaststelling van toezichthouders in de VS, die zeggen dat de Trump-administratie miljarden in federale wetenschapsfondsen vasthoudt via bureaucratische vertragingen en administratieve obstakels.
Eerder dit jaar werden veel wetenschapsfondsen die Trump in zijn eerste periode wilde schrappen, formeel hersteld. Maar toezichthouders ontdekten dat agentschappen nu betalingen vertragen, aanvragen voor onderzoeksprojecten afwijzen om procedurele redenen, of fondsen intrekken door rigoureus nieuwe controles in te voeren. Het effect is hetzelfde: miljarden aan geplande onderzoeksgeld bereikt wetenschappers niet.
De praktijk raakt ook Nederlandse instituten hard. Nederlandse universiteiten en onderzoekscentra als Utrecht, Amsterdam en Wageningen werken intensief samen met Amerikaanse partners op terreinen als klimaatwetenschap, biotech en kwantumcomputing. Veel van die projecten worden mede gefinancierd door Amerikaanse federale agentschappen als NSF (National Science Foundation) en NIH (National Institutes of Health). Als die fondsen uitblijven, ontstaan vertragingen en kunnen samenwerkingen niet doorgaan.
De vertragingstactiek is legaal moeilijker aan te vechten dan een directe bezuiniging. "Je kunt niet zeggen dat het geld is ingetrokken," stelt een onderzoeker van de Universiteit van Chicago tegen NPR. "Het is ergens in het systeem verdwenen." Nederlandse wetenschappelijke organisaties hebben nog niet publiekelijk alarm geslagen, maar achter de schermen maken universiteitsbesturen zich zorgen over de gevolgen voor onderzoeksbudgetten in 2026 en 2027.
Economisch gezien trekt dit geld ook veel Nederlands bedrijfsleven aan: Nederlandse spin-offs en tech-bedrijven bouwen voort op onderzoek uit Amerikaanse universiteiten. Minder Amerikaanse federale wetenschap betekent minder innovatie — en minder groeikansen voor Nederlandse partnerbedrijven.





