President Trump en Chinees leider Xi Jinping hebben gisteren in Beijing een unieke ontmoeting gehad die beide landen als een doorbraak presenteren. Waar eerdere contacten tussen Washington en Beijing vaak gespannen verliepen, omarmen de twee leiders nu publiekelijk samenwerking — op het oppervlak, tenminste.
Dat signaal is groot. Trump en Xi stelden vast dat wederzijds welzijn en stabiliteit in hun beider belang liggen. Vooral voor handel en technologie-kwesties, waar jaren van Amerikaanse sancties en Chinese tegenmogelijkheden een stilzwijgend conflict hadden gecreëerd, klinkt dit als een reset.
Maar analisten waarschuwen voor voorzichtigheid. De warme woorden verbergen nog altijd stevige meningsverschillen over handelstarieven, intellectueel eigendom en semiconductors. Trump signaleerde al dat hij verdere invoertaksen overweegt als China niet meer Amerikaanse goederen koopt. Xi gaf geen grondige toezeggingen — slechts goodwill-verklaringen.
De timing is opvallend: beide landen kampen met economische druk thuis. Trump wil bewijzen dat zijn handelsaanpak werkt zonder Amerikaanse werknemers verder te schaden. Xi zoekt stabiliteit voor Chinese exportbedrijven. Voor nu lijken beide leiders beter af met diplomatie dan escalatie.
Nederland voelt dit onmiddellijk: Nederlandse exporteurs — vooral in voedsel, machines en chemie — profiteren van open handelspaden tussen VS en China. Maar deze thaw is nog broos. Als onderhandelingen stuklopen, kunnen nieuwe Amerikaanse tarieven op Chinese goederen omhoog, wat kostbare schakels in Nederlandse supply chains verstoren. Ook technologiebedrijven als ASML houden hun hart vast: verdere chip-sancties tegen China zouden direct hun markt aantasten.


