Rusland heeft opnieuw droneaanvallen uitgevoerd op Oekraïne, waarbij doelen in en rond de Zwarte Zeehaven Odesa en de regio Zaporizhia zijn geraakt. Bij een aanval in Zaporizhia kwam een spoorwerktuigbouwer om het leven, meldt Al Jazeera.
Oekraïnes plaatsvervangend premier heeft de aanslagen gebrand als 'nog een bewijs van terrorisme'. Volgens haar richten de aanvallen zich systematisch op burgerdoelen en levensnoodzakelijke infrastructuur. Odesa is cruciaal voor Oekraïnes graanexport en internationale handel – strategische doelen die Rusland geregeld aanvalt.
De droneaanvallen maken deel uit van een breder patroon van Russische bombardementen op civiele gebieden. Sinds de invasie in 2022 richt Rusland zich herhaaldelijk op havens, energiefaciliteiten en transportnetwerken. Het doel lijkt ekonomische verlamming van Oekraïne te zijn.
De Odesahaven was dit jaar al meerdere keren doelwit. Hoewel Oekraïne luchtafweersystemen heeft opgezet, slagen drones regelmatig door de verdediging heen. De aanslagen onderstrepen de voortdurende humanitaire tol van het conflict en de kwetsbaarheid van civiele infrastructuur.
Oekraïne roept de internationale gemeenschap op tot strengere maatregelen tegen wat het als oorlogsmisdaden beschouwt.




