Oekraïne heeft gisteren een massale droneaanval van Rusland afgeslagen. President Volodymyr Zelenskyy meldde dat Rusland meer dan 200 drones op Oekraïense doelen afvuurde, precies op het moment dat een informele wapenstilstand verliep.
De aanvallen troffen met name de regio Dnipropetrovsk, in het oosten van het land. De lokale bestuurder rapporteerde één dode en vier gewonden. Oekraïense luchtafweer wist volgens eigen zeggen minstens 140 drones af te schieten, maar het exacte aantal vernietigde doelwitten is nog niet bevestigd.
Dit offensief markeert een belangrijk keerpunt. De informele dronetrêve — een zeldzaam moment van relatieve rust waarin beide zijden voorzichtiger waren met massale aanvallen — liep af na weken van onderhandelingen. Oekraïne had gehoopt op een permanente overeenkomst, maar daar is het niet van gekomen.
Zelenskyy gebruikte het moment om opnieuw duidelijk te maken wat Nederland en Europa al weken horen: zonder westerse wapenleveranties kan Oekraïne niet op gelijke voet met Rusland concurreren. De dronenschaal van deze aanval — meer dan 200 in één nacht — illustreert de industriële capaciteit die Moskou inzet. Oekraïne verdedigt zich met sneller improviseren, maar de machtsverhoudingen zijn ongelijk.
De escalatie komt op een cruciaal moment. Europese hoofdsteden debatteren nog steeds over de juiste balans tussen militaire steun en diplomatieke kanalen. Dit bericht suggereert dat Poetin kiest voor militaire druk, niet voor compromis.



