Het Pentagon heeft een van zijn meest wankelende ruimteprogramma's definitief stopgezet. Het besluit volgt op jaren van technische problemen met het grondstation van het systeem, dat een risico zou vormen voor zowel militaire als civiele GPS-capaciteiten.
Volgens het Amerikaans Defensiedepartement zou de implementatie van het grondstation "huidige GPS-capabilities voor militair en burgergebruik in gevaar hebben gebracht." Dit is de strop voor een programma dat al jaren geplaagd wordt door vertragingen en kostenoverschrijdingen. De exacte kosten van het project en het aantal jaren dat eraan is gewerkt, zijn nog niet volledig duidelijk, maar het represents een aanzienlijke verspilling van defensiebronnen.
De timing van dit besluit is niet toevallig. Technische audits hadden aangetoond dat het systeem niet aan de vereiste normen zou voldoen. In plaats van miljarden uit te geven om fundamentele architectuurproblemen op te lossen, koos het Pentagon ervoor het project helemaal af te blazen. Dit is relatief ongebruikelijk—vaak zetten defensiedepartementen getroebleerde programma's voort ondanks ernstige problemen.
De situatie illustreert een groter probleem in militaire ruimteprojecten: snelle technologische verandering, gebrek aan duidelijke vereisten en silo's tussen overheid en private contractoren creëren omstandigheden waarin miljardenprogramma's mislukken. Het Pentagon probeert dit aan te pakken door meer agile methoden toe te passen, maar dit project bewijst dat verandering langzaam gaat.
Voor andere geplande GPS-upgrades betekent dit geen directe impact, maar het vormt een waarschuwing. Het militaire en civiele GPS-systeem zijn kritiek voor moderne communicatie, financiën en navigatie wereldwijd.





