De Amerikaanse kerninflatatie — het meest betrouwbare inflatiecijfer omdat het voedsel en energie uitsluit — bereikte in maart 3,2 procent. Dat is hoger dan verwacht en stelt de Federal Reserve voor een flinke opgave.
De oorzaak is duidelijk: olieprijzen schoten omhoog nadat spanningen rond Iran escaleerden. Dat vertaalde zich direct in duurder vervoer, transport en uiteindelijk hogere prijzen in vrijwel alle winkels. Tegelijk was de economische groei in het eerste kwartaal teleurstellend: slechts 2 procent, aanzienlijk minder dan eerdere ramingen.
Dit dilemma is precies waar centrale banken van wakker liggen. De Fed kan kiezen: rentetarieven verlagen om groei aan te jagen, of ze verhogen om inflatie te bestrijden. Met groei die tegenvalt en inflatie die toeneemt, heeft de centrale bank geen goed antwoord. Economen verwachten dat de Fed voorzichtiger wordt met renteverlagingen — of ze helemaal pauzeren.
Voor Nederland is dit rechtstreeks relevant. De Europese Centrale Bank volgt Amerikaanse beslissingen nauwlettend. Als de Fed minder snel rentetarieven verlaagt, doet de ECB dat waarschijnlijk ook. Dat betekent: uw hypotheekrente — vooral bij herfinanciering — stijgt waarschijnlijk minder snel, of blijft langer hoog. Voor huizenbezitters die dit jaar moeten refinancieren, voelt dat als slecht nieuws. Voor spaarders met variabele depositorekeningen kan het licht positief uitwerken.
Bovendien: hogere energieprijzen in de VS slaan uiteindelijk ook door in Europa. Nederlandse bedrijven die afhankelijk zijn van Amerikaanse invoer of olie-gerelateerde diensten, zullen deze prijsstijgingen voelen.
De Federal Reserve zit nu in een lastig parket. Volgende rentebeslissing volgt eind mei — veel analisten verwachten daar voorzichtigheid in plaats van agressieve stappen.




