De Amerikaanse consument betaalt steeds meer voor goederen en diensten. De kerninflatatie — het prijsmeetinstrument dat de Federal Reserve het meest volgt — klom in maart naar 3,2%. Dat is hoger dan economen verwachtten en voegt frictie toe aan een economie die toch al minder groeit dan gehoopt.
De economische groei in het eerste kwartaal bedroeg slechts 2%, een teleurstelling voor beleidsmakers in Washington die op meer versnelling hoopten. Die combinatie — stijgende prijzen en tegenvallende groei — plaatst de Fed in een lastig parket. Doorgaans zou de centrale bank rentetarieven verhogen om inflatie in te dammen. Maar schwakke groei roept vragen op over de gezondheid van de economie.
De schuld voor de prijsstijging ligt deels bij energiemarkt. De toegenomen spanningen rond Iran hebben olieprijzen omhooggestuwd, wat doorwerkt in benzine en verwarmingskosten. Dit type exogene schok — buiten het directe controlegebied van de Fed — compliceert het beleid extra. Fed-voorzitter Jerome Powell zal voorzichtig moeten navigeren: te hard aanpakken van inflatie riskeert een recessie, maar niets doen erosie van koopkracht.
Het eerste kwartaal toont dus een economie die van twee kanten wordt bekneld: consumenten betalen meer, bedrijven groeien minder hard. Werkgevers kunnen minder snel nieuwe mensen aannemen als vraag afneemt, terwijl personeelskosten stijgen door inflatie.




