De Amerikaanse inflatie is in april opgelopen tot het hoogste niveau in bijna drie jaar. Consumentenprijzen lagen gemiddeld 3,8% hoger dan een jaar eerder, blijkt uit cijfers van het Amerikaanse statistiekbureau (Bureau of Labor Statistics).
De stijging wordt vooral veroorzaakt door drie factoren. Allereerst trekken benzineprijzen sterk aan — een directe gevolg van hogere olieprijzen op de wereldmarkt. Daarnaast blijven huisvestingskosten onder druk, van huurprijzen tot energierekeningen. Ten derde stijgen voedselprijzen harder dan verwacht.
Deze cijfers zetten druk op de Federal Reserve. De centrale bank streeft naar ongeveer 2% inflatie per jaar. Bij 3,8% is er nog steeds afstand tot dat doel, al is het percentage wel lager dan in 2022 en 2023, toen inflatie rond de 9% piekte. Economen volgen nu de komende maanden nauw of deze stijging voorbijgaand is of een alarmsignaal.
Voor Amerikaanse consumenten betekent dit dat boodschappen, tankbeurt en huurpayment sneller stijgen dan de loongroei. Dit drukt op koopkracht, vooral voor huishoudens met lagere inkomens. Een vraag die nu telkens terugkomt: gaat de Fed sneller rentetarieven gaan verlagen om het economische momentum te bewaren, of wacht zij af tot inflatie vanzelf daalt?
Bron: NPR Economy




