Pete Hegseth, sinds kort minister van Defensie onder Trump, moest zich deze week twee dagen lang verantwoorden voor het Congres. De rechtse voormalige Fox News-presentator en militair veteraan kreeg kritische vragen over zijn geschiktheid voor de post — van beide zijden van het Capitool.
Hegseth verdedigde zijn keuze voor sleutelposities binnen het Pentagon en sprak zich uit over militaire prioriteiten onder de Trump-administratie. Zijn benoeming was van begin af aan controversieel: senatoren maakten zich zorgen over zijn militaire ervaring en zijn uitspraken over vrouwen in het leger. Toch werd hij in januari beëdigd, onder meer dankzij VP Kamala Harris die als tiebreaker stemde.
Dezelfde week bracht het Hooggerechtshof een uitspraak die de Amerikaanse kiespolitiek opnieuw schudt: het hof verzwakte delen van het historische Voting Rights Act uit 1965. Dit betekent dat bepaalde staten niet langer automatisch federale goedkeuring nodig hebben voor veranderingen in hun kiesregels — een bescherming die vooral minderheidsgroepen beschermde tegen discriminatie.
De gevolgen zijn ingrijpend. Zonder deze controle kunnen staten gemakkelijker kiesregels wijzigen die zwarte en Hispanische kiezers kunnen benadelen. Burgerrachtenbewegingen waarschuwen al voor een golf van restrictiever stembeleid in conservatieve staten.
Dit is een keerpunt in Amerikaanse verkiezingspolitiek. Het Voting Rights Act was decennialang het belangrijkste wapen tegen kiesvergiftiging. De verzwakking geeft staten meer vrijheid, maar experts waarschuwen dat dit ongelijkheid kan vergroten.





