De Amerikaanse centrale bank zit in een lastig parket. Aan de ene kant worstelen huishoudens met de scherpste stijging van de levenskosten in jaren. Aan de andere kant toont de arbeidsmarkt geen enkel teken van zwakte — integendeel.
Vrijdag bracht het Amerikaanse banenrapport wederom goed nieuws: bedrijven bleven werknemers aannemen in een sterker tempo dan verwacht. Dat is op zich positief, maar voor Fed-voorzitter Jerome Powell creëert het een nare positie. Een sterke arbeidsmarkt is traditioneel een argument tégen renteverlaging. Waarom zouden rentes dalen als bedrijven blijven inhuren en lonen niet dalen?
Toch is er een donkerder plaatje. Ondanks die sterke banengroei kunnen veel Amerikanen hun rekeningen nauwelijks betalen. Huurprijzen stijgen sneller dan lonen groeien, eten en energie worden duurder, en creditcardschuld bereikt recordhoogten. Voor gewone gezinnen voelt de economie veel minder stevig dan de grafieken suggereren.
De Fed staat dus met twee tegenstrijdige signalen: een arbeidsmarkt die robuust is, en consumenten die opbranden. Dat maakt de vraag nog urgenter: hoe lang kan de centrale bank volhouden dat rentes hoog moeten blijven, terwijl het reëel inkomen van gezinnen onder druk staat? Rentedalingen lijken steeds minder verdedigbaar vanuit werkgelegenheid-perspectief, maar steeds noodakeliker vanuit het perspectief van personen die hun huis niet meer kunnen huren of betalen.
**Waarom dit Nederland raakt:** Nederlandse hypotheken zijn direct gekoppeld aan de ECB-rente, die volgt op Fed-beleid. Als de Fed niet sneller gaat verlagen terwijl inflatie stijgt, blijven ook Europese rentes langer hoog — met directe gevolgen voor je maandlasten. Bovendien: als Amerikaanse consumenten hun geld gaan inhouden doordat levenskosten explodeerden, daalt ook hun import van Europese goederen, wat Nederlandse exportbedrijven raakt.




