De Federal Reserve staat voor een dilemma. Afgelopen vrijdag publiceerde de VS het maandelijks banenrapport, en het bracht weinig goed nieuws voor wie hoopt op renteverlaging. Integendeel: de cijfers tonen dat de arbeidsmarkt weerbarstig blijft, terwijl de kostprijs van het dagelijks leven voor veel Amerikanen steeds moeilijker te dragen valt.
Traditioneel gebruikt de Fed twee belangrijke redenen om rentes te verlagen: een zwakke arbeidsmarkt of oplopende inflatie die onder controle is. Maar nu gebeurt iets anders. De werkgelegenheid houdt zich staande, en tegelijk kampen consumenten met hogere levenskosten — vooral voor wonen, voeding en energie. Dit maakt het voor Fed-voorzitter Powell lastig om rentes flink omlaag te brengen zonder het risico van terugkomende prijsstijgingen.
De gevolgen voelen ver weg, maar dat is misleidend. Nederland is direct aan de Fed gekoppeld. Als de Amerikaanse centrale bank rentes hoger houdt, volgt de Europese Centrale Bank (ECB) doorgaans dezelfde lijn — niet identiek, maar in dezelfde richting. Dat betekent dat Nederlandse hypotheken waarschijnlijk niet snel goedkoper worden. Voor eigenaren met variabele rentetarrieven of wie willen refinancieren, is dit een bitter pil.
Bovendien: als Amerikaanse consumenten door hogere rentes minder geld hebben te besteden, kopen zij minder Europese goederen. Dat raakt Nederlandse exportbedrijven indirect — een langzaam effect, maar wel een effect. Bedrijven als Unilever en ASML zien hun marktpotentieel afnemen als Amerikaanse koopkracht krimpt.
De Fed zou graag een zacht landertje willen bereiken: rentes net genoeg omlaag om consumenten adempauze te geven, maar niet zó veel dat inflatie opnieuw opflakkert. Maar dat middenpad bestaat steeds minder. Zolang banen blijven ontstaan en levenskosten hoog blijven, is de druk om te snijden beperkt. En dat houdt Nederland in zijn greep.
Bron: CNBC Economy




