De Amerikaanse Democraten hebben een fiscaal voorstel op tafel gelegd: belastingen voor de rijken omhoog, werkende Amerikanen omlaag. Senator Chris Van Hollen uit Maryland promoot het plan als een manier om ongelijkheid tegen te gaan en middenklasse-gezinnen lucht onder hun vleugels te geven.
Het idee klinkt eenvoudig: meer inkomsten van vermogenden, lagere lasten voor werknemers. Maar economen waarschuwen: de wiskunde klopt niet altijd. De vraag is niet óf hogere vermogensbelastingen geld opbrengen — ze doen dat inderdaad. De vraag is of het genoeg is. Belastingdeskundigen die met NPR's Planet Money spraken, wijzen op twee obstakels: kapitaalvlucht (rijken die vermogen verplaatsen naar belastingparadijzen) en de vaak overschatte opbrengsten.
Van Hollen stelt dat de voordelen voor werknemers in belastingvrijstellingen en creditering liggen. Maar onderzoekers zien hier een klassiek politiek dilemma: ieder extra percentage belasting op rijken kan emigratie van vermogen veroorzaken — en dat teert op de uiteindelijke opbrengst. Bovendien: veel welvaart zit in ongerealiseerde winsten (aandelen), niet in contant inkomen. Die aan te tasten is juridisch ingewikkelder.
De timing is interessant. Dit voorstel komt voort uit groeiende frustratie over inkomensongelijkheid in Amerika. Maar het botst ook met de traditie van republikeinse verzet tegen vermogensbelastingen — beide partijen zullen dit voorstel door hun ideologische filter zeven.
Wat betekent dit voor Nederland? Als de VS vermogensbelastingen invoert en dat leidt tot kapitaalvlucht naar Europese belastingparadijzen, kan dat druk op Nederland opleveren. Maar het toont ook: andere westerse landen worstelen met dezelfde vraag hoe progressieve belastingen werkelijk inning te krijgen.



