China boekt winst in het Midden-Oosten door zich juist ongepartijdig op te stellen terwijl de Verenigde Staten en Israel kamp tegen kamp staat. De Chinese regering handhaaft sterke economische banden met zowel Iran, de Golfstaten als Israel, waardoor Beijing kan blijven opereren waar westerse landen genoodzaakt zijn keuzes te maken.
De strategie van China draait op pragmatisme. Terwijl Washington en Tel Aviv militair betrokken zijn geraakt, concentreert Beijing zich op het behouden van economische relaties met alle partijen. Dit geeft China een unieke positie: het land kan handelen, investeren en diplomatie bedrijven zonder de morele of politieke last die westerse bondgenoten ervaren. Dit maakt China aantrekkelijker voor landen die zowel met het Westen als met Iran willen samenwerken.
De Golfstaten zien in deze benadering voordelen. Saudi-Arabië, de VAE en andere OPEC-landen waarderen dat China geen politieke voorwaarden stelt en louter economische voordelen nastreeft. Tegelijkertijd onderhoudt China diplomatieke contacten met Teheran, wat het land een brugfunctie geeft in regionaal overleg. Dit in contrast met Europa en de VS, die duidelijke partij hebben gekozen.
Dit Chinese "als-je-kalm-blijft-win-je"-beleid past in een groter patroon. Beijing heeft zich jarenlang ingespannen om invloed in het Midden-Oosten uit te breiden via megadeals, investeringen in olie- en haveninfrastructuur, en militaire samenwerking. De huidige crisis geeft die pogingen nieuwe zuurstof.
Voor Nederland en Europa betekent dit dat de invloedssfeer van China in deze cruciale regio groeit. Terwijl de EU en VS zich richten op veiligheid en alianties, bouwt China aan economische afhankelijkheid. Dit kan gevolgen hebben voor Europese handelsbelangen in het Midden-Oosten en geeft China meer zeggenschap over kritieke energiebronnen.



