De Amerikaanse arbeidsmarkt geeft geen krimp. Voor de tweede maand op rij zijn de banencijfers beter uitgevallen dan economen vooraf hadden voorspeld — een zeldzame en geruststellende ontwikkeling in een tijd van prijsstijgingen en internationale onrust.
De cynici zeiden dat het nooit zou lukken. Stijgende benzineprijzen door spanningen in het Midden-Oosten, onzekerheid over geopolitieke risico's en een arbeidsmarkt die vorig jaar al onder druk stond: het leek een perfecte storm voor massale werkloosheid. Maar Amerikanen gaan blijkbaar niet zomaar minder werken. Bedrijven huren nog steeds aan, en werknemers houden hun baan.
Dat is niet zomaar goed nieuws voor Wall Street. Een sterke arbeidsmarkt betekent dat consumenten geld hebben om uit te geven. Dat steunt de economie. Tegelijk leidt het tot een delicaat vraagstuk voor de Federal Reserve: als werknemers schaars blijven, kunnen werkgevers hogere lonen betalen — wat inflatie kan aanwakkeren. De centrale bank volgt deze cijfers daarom als een havik.
De solide jobnummers verrassen temeer omdat ze niet op papier «hoorden» te gebeuren. Energieprijzen stijgen, onzekerheid groeit, en toch klikt het arbeidsmarktmachine gewoon door. Het suggereert dat de Amerikaanse economie meer veerkracht heeft dan velen vrezen — of dat bedrijven bang zijn goed personeel kwijt te raken en daarom vasthouden.
Voor Nederland betekent dit indirect goed nieuws. Een sterke Amerikaanse economie stimuleert wereldhandel en vraag naar Nederlandse exportgoederen — van chemicaliën tot technologie. Omgekeerd: als het Amerikaanse consumentenvertrouwen aantrekt, zullen bedrijven als ASML en Unilever hoogstwaarschijnlijk beter presteren. Let op de Federal Reserve-reactie: sterke jobcijfers kunnen rentetarieven verder onder druk zetten, wat via de ECB ook Nederlandse hypotheken en spaarrentals beïnvloedt.




