Het Witte Huis heeft tot nu toe duidelijk gekozen: AI-bedrijven moeten groeien zonder zware regelgeving. Donald Trump en zijn adviseurs zagen regulering als een rem op Amerikaanse technologische suprematie. Maar de afgelopen weken signaleert de regering dat die koers aan het verschuiven is.
Wat is er veranderd? Volgens experts zijn er drie factoren in het spel. Ten eerste groeiende publieke druk: Amerikaanse burgers maken zich steeds meer zorgen over misbruik van AI, deepfakes en job-displacement. Ten tweede: het is duidelijk geworden dat compleet loslaten van regels onhoudbaar is — ook voor bedrijven zelf. En ten derde: Europese AI-regelgeving (de AI Act) wint terrein, waardoor bedrijven toch standaardisatie nodig hebben.
Dat betekent niet dat Trump plotseling een regelzuchtige Europese bureaucraat is geworden. De verschuiving in retoriek is gradueel. Maar het signaal is helder: de VS gaat waarschijnlijk ergens in het midden landen — minder streng dan Europa, maar meer structuur dan volledige vrijheid.
Voor Nederland en de EU is dit cruciaal nieuws. Tot nu toe hadden Amerikaanse tech-giganten (OpenAI, Google, Meta) twee regelregimes: streng in Europa, veel losser in de VS. Als Amerika nu zelf gaat reguleren, worden de normen uiteindelijk meer uniform. Dat kan Nederlandse tech-bedrijven helpen — geen aparte compliances meer nodig. Maar het kan ook betekenen dat Europese innovators harder moeten werken om op gelijke hoogte met Amerikaanse concurrenten te blijven.
De volgende maanden wordt duidelijk hoe concreet deze verschuiving wordt. Verwacht regelgeving rond AI in het kindersegment, transparantie over trainingsdata, en waarschijnlijk eisen rond cybersecurity. Brussel kijkt aandachtig mee.



