De Amerikaanse inflatie is in april gestegen naar het hoogste niveau in bijna drie jaar. Consumentenprijzen zijn 3,8 procent duurder geworden dan een jaar geleden — vooral door oplopende benzineprijzen.
De stijging is aanzienlijk omdat de inflatie vorig jaar snel was gedaald. Veel economen hoopten dat de prijsstijgingen voorbij waren, maar dit cijfer toont aan dat de druk op consumentenprijzen terugkeert. Benzine en brandstof spelen een cruciale rol: energie wordt duurder, wat direct doorwerkt in transport en productiekosten.
Wat kost nu veel meer? Allereerst benzine zelf — autorijden wordt duurder voor Amerikaanse gezinnen. Ten tweede voedsel, omdat transport en verpakking duurder worden. Ten derde huisvestingskosten, omdat energieprijzen stijgen en dit doorwerkt in huur en hypotheken.
De vraag is hoe dit in Washington en bij de Federal Reserve aankomt. Als inflatie verder oploopt, kan de Fed geneigd zijn rentetarieven langer hoog te houden — of zelfs opnieuw te verhogen. Dat zou slecht nieuws zijn voor lenen.
Voor Nederland is dit relevant omdat de eurozone en de ECB scherp kijken naar Amerikaanse inflatietrends. Als Amerikaanse prijzen blijven stijgen, volgt Europa vaak met vertraging. Dat kan betekenen dat Nederlandse hypotheken langer duur blijven, en dat consumentenprijzen hier ook onder druk blijven staan. De tankbeurt, boodschappen en energierekening — allemaal raken de effecten van Amerikaanse inflatie uiteindelijk uw portemonnee.




