De situatie in de Hormuzstraat wordt steeds grimmiger. Afgelopen dagen werd een schip dat voor anker lag bij de Verenigde Arabische Emiraten door Iraanse eenheden in beslag genomen en in de richting van Iran gesleept. Tegelijk werd een ander vaartuig bij de kust van Oman aangevallen en is het gezonken. Het incident roept vragen op over de veiligheid in een van de meest strategische waterwegen ter wereld.
De Hormuzstraat, tussen Iran en Oman, is een kritieke doorgang voor mondiale oliehandel. Ruim een derde van alle scheepstransport van aardolie passeert deze straat. Alle verstoring ervan stuurt schokken door energieprijzen en handelsketens wereldwijd. De recente gijzelingen en aanvallen wijzen op toenemende instabiliteit die handelsschepen dwingen hun route te veranderen of hun verzekeringen opnieuw af te wegen.
Iran heeft zich in het verleden beroepen op verschillende gronden voor het tegenhouden van vaartuigen, van naleving van internationale sancties tot vermeende schendingen van zijn territoriale wateren. De recente escalatie past in een patroon van toenemende maritieme spanning in de Perzische Golf, waar ook onbemande drones en raketten regelmatig worden ingezet.
Voor Nederland en Europa heeft dit rechtstreekse gevolgen. Nederlandse en Europese rederijen zien hun kosten stijgen door hogere verzekeringspremies en langere routes. Ook olie- en gasleveranties kunnen duurder worden. De situatie kan de ECB en centrale banken dwingen hun rentebeleid aan te passen als energieprijzen stijgen. Bovendien is dit een waarschuwing voor Europese veiligheidspolitiek: zonder sterke internationale samenwerking groeit de kans op blokkades van vitale wereldzeestraten.


